Sinds deze zomer is er weer een nieuwe mijlpaal bereikt in de elektrificatie van Europa. Sinds deze zomer telt ons continent officieel meer dan één miljoen publieke laadpunten. Hierdoor wordt reizen met een EV steeds eenvoudiger. Ook in België zien we dezelfde versnelling: het laadnetwerk is er niet alleen groter geworden, maar ook gebruiksvriendelijker en sneller dan ooit tevoren.
Foto © Ionity
Enkele jaren geleden was elektrisch rijden enkel voor de pioniers weggelegd, maar dat is vandaag al langer niet meer zo. Uit cijfers van Eco-Movement en EAFO (European Alternative Fuels Observatory) blijkt dat Europa vandaag meer dan 1 miljoen publieke laadpunten telt. Het is de Belgische sectorfederatie EV Belgium die dat nieuws naar buiten brengt. In totaal staan er langs de Europese wegen meer van 100.000 snelladers, waardoor laadstops drastisch ingekort worden.
België blijft koploper
Binnen Europa is België bij de absolute koplopers op het vlak van de elektrificatie. Zo is het aantal publieke laadpunten de afgelopen jaren sterk toegenomen tot net geen 100.000 stuks. Volgens EV Belgium zijn 7.000 daarvan snelladers. De overige 90.000 exemplaren zijn gewone AC-laadpunten. Hiermee is het doel van de Belgische overheid om tegen dit jaar over zo’n 35.000 laadpunten te beschikken ruimschoots behaald. Bovendien is ook Wallonië stilaan aan het bijbenen. Daar is het aantal snelladers in één jaar tijd verdubbeld. Er wordt dus fors geïnvesteerd in een robuust en performant netwerk. En dat is zeker nodig. Zo wordt verwacht dat ons land tegen 2030 zo’n 2 miljoen elektrische wagens zal tellen. Diezelfde stijgende trend wordt ook in de rest van Europa verwacht, waardoor een goed uitgebouwd laadnetwerk essentieel is.

Europa legt kwaliteitsregels op
Een uitgebreid netwerk is een ding, maar het moet natuurlijk ook gebruiksvriendelijk zijn. Daarom voerde Europa vorig jaar de Alternative Fuels Infrastructure Regulation (AFIR) in. Deze reeks regelgeving moeten het leven van de EV-rijders een stuk eenvoudiger maken. Zo moet je tegen 2026 om de 60 kilometer een laadpaal kunnen vinden langs alle grote Europese snelwegen. Die laadpalen moeten bovendien ook over een minimaal vermogen van 400 kW beschikken. Tegen 2028 wordt dat vermogen voor nieuwe laadpalen verder opgetrokken naar 800 kW. Ook aan het zwaardere wegverkeer wordt gedacht, want tegen 2028 moet er minstens om de 120 kilometer een laadpaal met een vermogen tussen 1.400 en 2.800 kW te vinden zijn.
Verder wil Europa de prijzen transparanter maken. Zo moet bij elke nieuwe laadpaal duidelijk zijn (via het scherm of een QR-code) wat de prijs is die je er zal betalen. In theorie klinkt dit allemaal zeer mooi, maar in de praktijk zijn er nog tal van supplementen die de verschillende aanbieders van laadpassen aanrekenen. Dat is toch iets waar Europa nog eens goed naar moet kijken. Wel is het al een stuk eenvoudiger geworden om een laadsessie te starten. Bij elke nieuwe laadpaal die vandaag in gebruik wordt genomen, moet het mogelijk zijn om met je bankkaart of een QR-code te betalen. Dankzij deze normen is de laad-ervaring vandaag overzichtelijker, betrouwbaarder en sneller.
Tenslotte staat ook de technologie niet stil. Moderne elektrische wagens kunnen aan steeds hogere vermogens. Op die manier wordt een laadstop korter en korter. Waar je vijf jaar geleden nog een uur aan de laadpaal stond, is dat vandaag in sommige gevallen amper 20 minuten. Zo reden we vorig jaar met de Xpeng G6 naar Berlijn waarmee we in 21 minuten van 10 naar 80 procent konden laden. Die tijd wordt nu nog verder ingekort tot slechts 12 minuten met een laadpiek van 451 kW.

