Onderweg met de MINI John Cooper Works Electric

ByRedactie

31 augustus 2025
MINI John Cooper Works Electric

Het is ondertussen bijna een jaar geleden dat we nog eens achter het stuur kropen van een elektrische MINI. Tijdens onze vorige test in de herfst van 2024 met de MINI Cooper SE waren we al dolenthousiast. De compacte stadswagen reed als een go-kart en was een van de leukste elektrische wagens op de markt. Ondertussen is hij er ook in een nog krachtigere John Cooper Works-variant. Tijd dus om opnieuw de weg op te trekken met deze leuke EV.

Waaraan kun je het verschil tussen de standaard elektrische MINI Cooper en de John Cooper Works-variant zien? In de eerste plaats ziet de JCW er veel sportiever uit. Dat heeft hij te danken aan de extra spoilers en de ‘racing-stripes’ op de motorkap. Hierdoor valt hij meteen op in het straatbeeld. Zeker als je hem, zoals onze testwagen, samenstelt in een zwarte kleur met een rood dak en rode spiegels. Daarnaast geven ook de brede heupen weg dat het hier over een sportieve wagen gaat.

Oer-MINI-look

In het interieur zijn de ingenieurs bij MINI iets braver geweest met de JCW-tuning. De links met de oer-MINI zijn nog overduidelijk aanwezig. Daarbij gaat de meeste aandacht naar het grote ronde scherm van 9,4” (24 cm) in het midden van het dashboard. Je kunt het zien als een moderne interpretatie van het klokje uit de eerste generatie in de jaren 60 van vorige eeuw. Bovendien werkt het scherm responsief genoeg en vind je er na enkele minuten in de wagen al alles logisch terug. 

Verder zijn er tal van rode accenten die het sportieve karakter verder in de verf zetten. Wel mocht het misschien allemaal nog net wat meer zijn. Net zoals de Alpine A290 aan de binnenkant bijna identiek is aan de Renault 5, is ook de MINI John Cooper Works identiek aan de standaard Cooper. De ontwerpers mochten gerust nog wat verder gegaan zijn in hun opzet.

Sportieve prestaties

Bij onze test met de MINI Cooper SE waren we erg enthousiast over de rijdynamiek van de compacte EV. Met 218 pk en 330 Nm koppel reed de MINI toen al bijzonder sportief. Door zijn goede afstelling was het een van de leukst sturende wagens in zijn prijsklasse. De John Cooper Works Electric doet daar nu nog een schepje bovenop. Zo beschikt deze nu over 258 pk en 350 Nm aan koppel. Hiermee sprint hij in 5,9 seconden van 0 naar 100 km/u. Toegegeven, op papier klinkt het eigenlijk allemaal niet eens zo spectaculair. Echter zorgen zijn compacte afmetingen en lage gewicht (voor een EV) van 1.730 kg ervoor dat de MINI JCW aanvoelt als een raket. Zeker bij het indrukken van de Boost-knop op het JCW-stuur zijn de prestaties impressionant. Wel blijft het ook hier jammer dat MINI blijft vasthouden aan voorwielaandrijving. De wagen heeft het vaak wel eens moeilijk om al dat vermogen op de weg te houden. Je moet de occasionele wielspin er dus bijnemen. Om het vermogen toch beheersbaar te houden, is het aanbevolen om de bandenspanning wat lager te zetten dan de fabriekswaarden.

Rijden als een go-kart

Naast extra vermogen hebben de ingenieurs bij John Cooper Works ook het onderstel volledig onderhanden genomen. Net zoals de Alpine A290 veel sportiever rijdt dan de Renault R5, doet ook de MINI John Cooper Works Electric dat in vergelijking met de MINI Cooper SE. Op de website van MINI staat te lezen dat: “het JCW-sportonderstel zorgt voor een precieze handling en een opmerkelijk reactievermogen. Speciaal afgestemde veren, stabilisatoren en dempers optimaliseren de stabiliteit. En door de grotere wielvluchthoeken op de voorwielen heb je meer richtingscontrole, meer grip en rolondersteuning in de bochten”. Allemaal claims die we alleen maar kunnen bevestigen. Alleen gaat onze voorkeur toch uit naar het onderstel van de Alpine A290. Deze was beter afgesteld en gaf meer feedback tijdens het rijden. De ophanging van de MINI John Cooper Works is wat te hard voor onze Belgische wegen. De wagen gaat hierdoor stuiteren, waardoor hij minder geschikt is voor een lange rit. Soms is het zelfs zo hard dat we volledig doorheen geschud worden.

Vaak aan de laadpaal

De MINI John Coopers Works nodigt uit om het gaspedaal wat dieper in te drukken. Het is dus een fijne tweede wagen voor wie op zondag wat plezier wil hebben. Maar doordat je sportiever rijdt, sta je met de relatief kleine batterij van 54,2 kWh (49,2 kWh) iets vaker aan de laadpaal dan je lief is. Door zijn compacte afmetingen is het natuurlijk niet mogelijk om een grotere batterij te installeren. Volgens de WLTP-norm moet je 371 kilometer in de stad of 364 kilometer op de snelweg kunnen afleggen. In de praktijk is dit moeilijker haalbaar en lijkt 275 kilometer realistischer bij een gemiddeld verbruik van 19,7 kWh/100 km. Toegegeven, hierbij reden we waar het kon wel wat sportiever. Wel is er een handicap die in 2025 eigenlijk niet meer te verdedigen is en dat is zijn laadvermogen. Deze elektrische MINI heeft een laadpiek van amper 95 kW. Wel is hij relatief constant bij het laden, waardoor je er net geen half uur over doet om van 10 naar 80 procent te laden. Hier kan MINI toch beter even bij moederbedrijf BMW gaan kijken hoe zij dit aanpakken.

Conclusie

De gewone MINI Cooper SE reed al als een echte go-kart, maar de John Cooper Works-variant doet daar nu nog een schepje bovenop. Hij rijdt bijzonder sportief en bezit alle eigenschappen waarvoor de John Cooper Works-tuning bekend om staat. Al zijn er toch ook enkele nadelen waardoor hij niet voor iedereen geschikt is. Vooral het harde onderstel doet veel afbreuk aan het rijplezier. En het wegdek moet dan nog niet eens zo slecht zijn. Dit maakt het bijna onmogelijk om een langere rit comfortabel af te leggen. Als je het ons vraagt, zijn er toch wel leukere modellen op de markt. Geef ons dan toch maar de Alpine A290 GTS. Deze zit ongeveer in dezelfde prijsklasse, maar biedt een meer veelzijdig onderstel en een nog sportievere rij-ervaring.