Vorig jaar vierde Alpine zijn 70e verjaardag en om dat te vieren lanceerde het merk een nieuw model: de Alpine A390. Geen compacte tweezitter, maar een grote elektrische cross-over met plaats voor vijf personen. De grote vraag die daarbij rijst, is of Alpine erin geslaagd is om de typische kenmerken van het merk in een grote EV te verwerken. Ontdek het samen met ons in deze review.
De in 2024 voorgestelde Alpine A290 betekende een nieuw begin voor het Franse merk. Na jaren van vast te houden aan nagenoeg hetzelfde design van de A110 bracht Alpine zijn eerste elektrische hot hatch op de markt. Daar kwam heel wat kritiek op, omdat het merk daarmee zijn eigen kenmerken van lichtvoetigheid en speelsheid zou verloochenen. Maar wie er al mee reed, kan het beamen: de Alpine A290 bewijst dat een nieuw design en een elektromotor nog altijd rijplezier kunnen bieden. Vooral het fenomenale onderstel zorgt voor de typische rijervaring waar Alpine om bekendstaat. Toen in 2025 de A390 werd voorgesteld, stonden diezelfde critici opnieuw klaar. Toegegeven, ook wij waren sceptisch. Met een gewicht van net geen 2,2 ton en de looks van een grote cross-over leek het ons immers moeilijk om het Alpine-DNA terug te vinden.


Link met endurance
Wie de A390 voor het eerst ziet, zal op het eerste gezicht maar weinig gelijkenissen ontdekken met de A110, het model waarmee Alpine zijn iconische status verwierf. De Franse constructeur omschrijft de nieuwkomer zelf als een sport fastback, of vrij vertaald: een cross-over. Toch blijft de link met de autosport nadrukkelijk aanwezig. Alleen is de inspiratie deze keer niet afkomstig uit de rallywereld, maar uit de endurance-racerij.
Heel wat designelementen verwijzen naar de A424 Hypercar waarmee Alpine uitkomt in het FIA World Endurance Championship. Vooral de neus vertoont duidelijke gelijkenissen, met dezelfde uitgesproken V-vorm die de luchtstromen optimaal moet geleiden. De iconische ronde koplampen hebben daarbij wel plaatsgemaakt voor twee smalle led-units, die de A390 een modernere uitstraling geven. Ook achteraan keert die scherpe designtaal terug, met een subtiele spoiler onder de achterruit en een doorlopende led-lichtstrip met Alpine-woordlogo. Onze testwagen stond bovendien op optionele 21-inch ‘Snowflake’-velgen, die het sportieve geheel mooi afwerken. Zelf vinden we de nieuwe designtaal erg geslaagd, al komt hij wat ons betreft het best tot zijn recht in de typische Bleu Alpine Vision-lak.


Goede kuipzetels
Binnenin vertoont de A390 meer gelijkenissen met de A290, al biedt hij vanzelfsprekend een pak meer ruimte. Standaard is hij uitgerust met sportieve kuipzetels, terwijl je voor 2.500 euro kunt kiezen voor de comfortabelere Sabelt-stoelen, afgewerkt met tweekleurig nappaleder. Het dashboard oogt verzorgd, al verraadt het zijn verwantschap met de elektrische Renault Mégane en Scénic iets te nadrukkelijk. Alpine voegde wel enkele sportieve accenten toe, maar we hadden op dat vlak nét iets meer eigenheid verwacht.
Toch weet het interieur te overtuigen dankzij enkele leuke technische snufjes. Zo zijn de drie knoppen op de middenconsole voor de rijrichting opnieuw van de partij. Daarnaast verwijst Alpine nadrukkelijk naar zijn Formule 1-programma met twee extra bedieningselementen op het stuur. Links zit de blauwe RCH-schakelaar, waarmee je een van de regeneratieniveaus of de one pedal selecteert. Rechts bevindt zich de rode OV-knop (Overtake). Met één druk beschik je tien seconden lang over het volledige vermogen van de aandrijflijn, zodat je snel en veilig een inhaalmanoeuvre kunt uitvoeren, ongeacht de gekozen rijmodus of de stand van het gaspedaal.


Drie motoren en 49-51 gewichtsverdeling
Waar de Alpine A390 op papier uitblinkt, is zijn aandrijflijn. Hij beschikt namelijk niet over één, niet over twee, maar over drie elektromotoren. Die leveren samen 400 pk en 661 Nm koppel in de GT-uitvoering. Sinds begin dit jaar is er ook een sportievere GTS-versie met 470 pk en 824 Nm koppel. Daarmee sprint je respectievelijk in 4,8 en 3,9 seconden van 0 naar 100 km/u. Dat is bijzonder snel, maar het snelheidsgevoel wordt wel wat afgevlakt doordat dit eerder een SUV is dan een lage sportwagen. Uiteraard speelt ook het hoge gewicht van 2.199 kilogram daarin een rol. Een zacht onderstel en hydraulische bumpstops moeten dat hoge gewicht, samen met een 49-51-gewichtsverdeling, proberen te verdoezelen.
In de bochten blijft hij redelijk stabiel, maar echt sportief voelt het niet aan. We missen vooral feedback tijdens het insturen en echt dwars krijgen we hem ook niet. De speelsheid en lichtvoetigheid die zo kenmerkend zijn voor de A110 en de A290 lijken hier toch te ontbreken. Ja, hij is sportief, maar hij rijdt niet zoals je van een Alpine verwacht.


Een hoog verbruik
Zowel de Alpine A390 GT als de A390 GTS beschikken over dezelfde batterij van 94 kWh. Met een bruikbare capaciteit van 89 kWh moet je daarbij kunnen rekenen op een rijbereik tussen de 498 en de 557 kilometer. Al lijkt dat in de praktijk toch wat optimistisch. Zolang je onder de 50 km/u blijft, is hij best zuinig, maar daarboven loopt het verbruik snel op. Tijdens onze testweek noteerden we een gemiddelde van 26,3 kWh/100 km. Daarmee haalden we net 350 kilometer op één lading. Ook de laadprestaties zijn niet bepaald sportief, met 150 kW voor de GT en 190 kW voor de GTS. Daardoor duurt het ongeveer 33 en 28 minuten om van 10 naar 80 procent te laden. Als Alpine echt succesvol wil worden in het sportieve EV-segment, zal het bij moederbedrijf Renault toch moeten aandringen op een 800V-platform.


Prijs en conclusie
De Alpine A390 is de eerste elektrische cross-over van het iconische Franse merk en is in België verkrijgbaar vanaf 67.500 euro. De beloftes op papier waren groot, maar op de weg missen we toch het unieke karakter van Alpine. Onze A390 GT-testwagen was zonder twijfel een goede auto, maar de lichtvoetigheid en speelsheid ontbreken. Wil dat zeggen dat je hem moet laten staan? Zeker niet, want hij biedt veel comfort voor wie toch een beetje sportiviteit zoekt in een gezinswagen. Verder is het ook gewoon een bloedmooie wagen. Met de A390 kun je probleemloos op vakantie vertrekken, met de kinderen op de achterbank en meer dan 500 liter aan bagageruimte in de koffer.

